Afscherming in de automatisering

Afscherming

Afscherming is de meest doeltreffende beschermingsmaatregel tegen elektromagnetische storingsbronnen. Storingen door elektronische componenten treden vooral op in geautomatiseerde industrieën. Zonder een vakkundige afscherming kunnen deze elektromagnetische storingen in het ergste geval leiden tot uitval van complete installaties. Daarom is een voor EMC geschikte bekabeling zeer belangrijk. Om uitval of beïnvloeding van uw installatie te voorkomen, bieden wij u grondige kennis evenals een uitgebreid productenprogramma aan op het gebied van afscherming.

Elektromagnetische veldstoringen

Aan het begin van ons elektronicatijdperk kwamen bij draadloze overdrachten vaak zogenaamde draadloze en ontvangststoringen voor. Een vakkundige afscherming was destijds voor het grootste deel onbekend. Terwijl de verspreiding van elektronische apparaten in de laatste decennia aanzienlijk toenam, traden tegelijkertijd de bovengenoemde storingen ook steeds vaker op. Dit feit deed vermoeden dat de apparaten zelf deze storingen activeerden. Bij onderzoek van nabijgelegen aders (+/-) die onder stroom stonden, werd geconstateerd dat tussen deze spanningsverschillen heersten. Deze verschillen leiden ertoe dat elk elektronisch apparaat stoorstralingen uitzendt. Door overlapping van verschillende stoorstralingen van diverse apparaten neemt het totale niveau van de stoorstraling toe. Hierdoor is het noodzakelijk geworden om alle apparaten tegen elektromagnetische stoorstralingen te beveiligen. De invloed van stoorstralingen kan grote schade veroorzaken; met name in de industriële proces- en productietechniek. Voor elektrische M&R- (meet-, stuur-, regel-) inrichtingen wordt daarom een zeer grote stoorvastheid geëist. Om deze te waarborgen, moeten apparaatfabrikanten voor hun producten een conformiteitsverklaring afgeven. Alleen wanneer apparaten voldoen aan de EMC-norm, mogen deze op de markt worden gebracht.

Wat is EMC?
De Europese EMC-wetgeving zegt:
Elektromagnetische compatibiliteit is het vermogen van een apparaat om in de elektromagnetische omgeving naar tevredenheid te werken. Daarbij mag het apparaat zelf evenmin elektromagnetische storingen veroorzaken die voor andere apparaten in dezelfde omgeving onaanvaardbaar zijn.