Apparaattypen en -omschrijving

Om uw netwerk efficiënt te laten communiceren, werkt PROFINET met verschillende apparaattypen. Voor een naadloos samenspel van de componenten zorgen de conformance classes.

Hierbij gaat het meestal om een procesbesturing zoals een PLC of motion-besturing. De I/O-controller bouwt bij het opstarten de verbinding met de PROFINET I/O-devices op en schrijft de opstartparameters naar de desbetreffende apparaten. Daarna start de cyclische data-uitwisseling. De PROFINET I/O-controller krijgt alle configuratie-informatie door een configuratietool. Deze tool leest de benodigde informatie uit het GSDML-bestand van het apparaat.

Veldapparaten worden als PROFINET I/O-devices gekenmerkt. Een I/O-device wordt in het netwerk geadresseerd via een unieke apparaatnaam die remanent in het apparaat moet worden opgeslagen. In de opstartfase krijgt elk apparaat ook een IP-adres door de I/O-controller. Daarmee is het apparaat altijd via TCP/IP in het netwerk bereikbaar. Het apparaat kan aan één of meerdere I/O-controllers toegewezen zijn. Met de I/O-controllers worden de I/O-data met intervallen van minimaal 256 µs tot maximaal 512 ms cyclisch uitgewisseld. Dat gebeurt voor elke datarichting gescheiden. I/O-devices sturen in geval van storing diagnose-alarmmeldingen naar de I/O-controller.

Een PROFINET I/O-supervisor is een tweede deelnemer in het netwerk. Deze heeft bijvoorbeeld voor diagnosedoeleinden toegang tot alle proces- en parameterdata, parallel aan de I/O-controller. Een I/O-supervisor kan het apparaat deels (ingangen parallel lezen) of volledig (uitgangen schrijven) overnemen.

  • standaard Ethernet-netwerkcomponenten (inclusief wireless-componenten)
  • gecertificeerde PROFINET-devices en -controllers
  • cyclische of acyclische data-uitwisseling
  • basis-diagnosemechanismen
  • gecertificeerde PROFINET-devices, -controllers en -netwerkcomponenten
  • topologie-bepaling en automatische vervanging van apparaten
  • uitgebreide diagnose
  • gecertificeerde apparaten en netwerkcomponenten met hardware-ondersteuning
  • hoogdeterministische dataoverdracht
  • maximale performance en synchroniteit

Apparaatbeschrijving

Om componenten in een automatiseringsoplossing te kunnen integreren, dienen in de diverse engineeringsstappen verschillende soorten informatie over het apparaat ter beschikking te worden gesteld.

GSD-bestand in PROFINET-netwerken

Apparaatparameters snel en eenduidig communiceren dankzij GSD-bestand

In het PROFINET I/O-systeem wordt deze apparaatbeschrijving als GSD-bestand (General Station Description) in XML-formaat in het desbetreffende engineeringssysteem geïmporteerd.

Het bestand beschrijft hardware-, communicatie- en apparaatparameters die in de configuratiesoftware worden ingesteld. Bovendien worden ze aan de besturing overgedragen en bij de opbouw van de verbinding naar het apparaat worden gestuurd.

In het GSD-bestand zijn naast de apparaatbeschrijving en de communicatie-eigenschappen alle foutmeldingen van de componenten in tekstvorm geïntegreerd.

Een PROFINET IO-diagnosetool heeft alleen de fabrikantnaam en apparaat-ID nodig om foutmeldingen in duidelijke tekst te kunnen weergeven.

PHOENIX CONTACT B.V.

Hengelder 56
6902 PA Zevenaar
Postbus 246
6900 AE Zevenaar
(0316) 59 17 20

Deze website maakt gebruik van cookies. Als u onze site blijft gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Lees onze privacy policy voor meer informatie.

Sluiten