Terug naar het overzicht

Woordenlijst

Diverse mogelijkheden voor het aansluiten van de apparatenbeveiligingsschakelaar, bijv. in- of opsteken en inschroeven.

Dit getal geeft aan, hoeveel elektrisch gescheiden stroomcircuits er kunnen worden aangesloten. Er zijn apparatenbeveiligingsschakelaars met verschillende pooltallen.

Ze tonen het aanspreekgedrag van een apparatenbeveiligingsschakelaar. Weergegeven in een grafiek zijn de schakeltijd en stroomsterkte waarbij een beveiligingsschakelaar aanspreekt.

Type inbouwmogelijkheid van apparatenbeveiligingsschakelaars, zoals type opbouw, inbouw of verdeler.

De door de fabrikant voor een bepaalde bedrijfsomstandigheid vastgelegde stroom- resp. spanningswaarde van de apparatenbeveiligingsschakelaar. Deze waarden hebben betrekking op de bedrijfs- en prestatiekenmerken.

Nominale stroom, nominale spanning of nominale frequentie zijn waarden waarvoor een bedrijfsmiddel is ontworpen.

Beschrijft de manier waarop een apparatenbeveiligingsschakelaar wordt bediend of gereset. Er bestaan varianten met automatische reset en met handmatige bediening. Deze zijn t.b.v. frequente of niet-frequente schakelhandelingen uitgevoerd met een schakelhendel.

Karakteristieken die het gedrag van een apparatenbeveiligingsschakelaar bij bepaalde stroom- en spanningswaarden beschrijven.

Aanspreken van een apparatenbeveiligingsschakelaar, zonder dat de stand van de schakelhendel wordt gewijzigd.

Beveiligingsschakelaars die bescherming bieden tegen mogelijke defecten als gevolg van kortsluiting of overbelasting. Ze zijn speciaal ontworpen voor de beveiliging van apparaten en actoren in technische installaties en machines.

Contact in het hoofdstroomcircuit dat de stroom in gesloten toestand dient te geleiden.

Contact in het hulpstroomcircuit dat mechanisch wordt bediend. Het dient als meldcontact.

Kortste afstand langs het oppervlak van isolatiemateriaal tussen twee geleidende delen.

Kortsluitstroom ontstaat door een beschadigde, laagohmige verbinding tussen twee punten die normaal gesproken verschillende potentialen hebben.

Worden toegepast om kabels te beveiligen tegen beschadiging die als gevolg van overbelasting of kortsluiting kan ontstaan.

Kortste afstand tussen twee geleidende delen.

MTBF staat voor Mean Time Between Failures en beschrijft de verwachte bedrijfsduur tussen twee opeenvolgende uitvallen.

Potentiaalvrij hulpcontact. Geopend wanneer het hoofdcontact is gesloten.

Volgorde van handelingen van de ene stand naar de andere en terug.

Potentiaalvrij hulpcontact. Gesloten wanneer het hoofdcontact is gesloten.

SFB staat voor Selective Fuse Breaking. Apparatenbeveiligingsschakelaars die op basis van deze karakteristiek functioneren, spreken bij een kortsluiting eerder aan. De SFB-uitschakelkarakteristiek ligt tussen de M1- en F1-karakteristiek.

Voedingen die op basis van deze technologie functioneren, bieden een hoge stroomreserve in geval van kortsluiting. Ook bij lange kabeltrajecten wordt de zekeringsautomaat van de benodigde afschakelstroom voorzien. Niet getroffen installatiedelen die eveneens op deze voeding zijn aangesloten, worden gewoon van stroom voorzien.

Zekeringen openen een stroomcircuit en schakelen de stroom af, wanneer een toelaatbare stroomwaarde gedurende langere tijd is overschreden.

Overstroom die in een elektrisch onbeschadigd stroomcircuit optreedt.

Stroom die de nominale stroom overschrijdt.

De onder vastgelegde omstandigheden bepaalde temperatuur van de lucht die het bedrijfsmiddel omgeeft.

Maximale waarde van een tijdelijke spanning, die onder vastgelegde omstandigheden geen beschadiging van de isolatie veroorzaakt.

Signaalcontact met drie aansluitingen, dat de verbreek- en maakfunctie biedt.

PHOENIX CONTACT B.V.

Hengelder 56
6902 PA Zevenaar
Postbus 246
6900 AE Zevenaar
(0316) 59 17 20

Deze website maakt gebruik van cookies. Als u onze site blijft gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Lees onze privacy policy voor meer informatie.

Sluiten