Lexicon

Lexicon

Terminologie van de functionele veiligheid

Om de begrippen rondom functionele veiligheid en machineveiligheid beter te kunnen begrijpen.

Begrip niet gevonden? – vertel het aan ons!

Vul ons contactformulier in, indien wij uw vraag tot dusver niet konden beantwoorden. Wij staan graag tot uw beschikking voor vragen en suggesties rondom het onderwerp Functionele veiligheid.

Aanspreekfrequentie voor veiligheidsgerelateerde maatregelen van de SRP/CS (veiligheidsgerelateerde onderdelen van het besturingssysteem).

In IEC 61508 wordt het begrip Safe Failure Fraction (SFF, aandeel veilige uitvallen) gedefinieerd als het totaal van de potentieel gevaarlijke fouten samen met degene die tot een veilige bedrijfstoestand leiden.

Dit type software is precies op de toepassing afgestemd. Deze wordt door de machinefabrikant ingebouwd en omvat in het algemeen logische sequenties, limieten en uitdrukkingen, die de invoeren, uitvoeren, berekeningen en beslissingen controleren, zodat er aan de veiligheidsvoorschriften voor SRP/CS wordt voldaan.

Daarmee wordt de bedrijfsuitval van verschillende elementen bedoeld, die uit gemeenschappelijke, individuele gebeurtenissen voortvloeien en niet door elkaar worden bevorderd.

Aan de hand van ISO 12100:2010, 3.36 wordt onderscheid gemaakt tussen Common Cause Failures (CCF, uitval als gevolg van een gemeenschappelijke oorzaak) en Common Mode Failures (CMF), dus in het Nederlands fouten van gelijke aard.

Opnieuw opstarten mag alleen automatisch gebeuren wanneer er geen gevaarlijke situatie bestaat. Neem hiervoor de verdere aanwijzingen in acht in de norm EN ISO 12100, hfdst. 6.3.3.2.5.

Aantal bedieningscycli waarna 10% van de apparaten is uitgevallen.

Een bewijs dat is gebaseerd op een analyse van de bedrijfsmatige ervaring voor een speciale configuratie van een element. De waarschijnlijkheid van systematische fouten die gevaren veroorzaken moet laag zijn, zodat iedere veiligheidsfunctie van het element zijn vereiste veiligheidsniveau bereikt.

PROFIsafe maakt net als INTERBUS-Safety gebruik van het Black-Channel-principe voor de overdracht van veilige gegevens via een standaardnetwerk. De veilige gegevens, bestaande uit pure veiligheidsrelevante user data en de voor de beveiliging noodzakelijke protocoloverhead, worden samen met de niet-veiligheidsrelevante gegevens via PROFIBUS of PROFINET overgedragen. De F-host in de veilige besturing en het F-device in het I/O-moduul wisselen op deze manier de veilige signalen uit. De geïntegreerde beveiligingsmechanismen beschermen tegen de volgende mogelijke fouten:

  • herhaling van berichten
  • verlies van berichten
  • invoegen van berichten
  • verkeerde volgorde van berichten
  • datacorruptie
  • vertraging van berichten
  • terugkerende geheugenfouten in switches
  • verwisseling van deelnemers

De afkorting CE (Communauté Européenne) staat voor de Europese Unie. Producten die onder één of verschillende EU-richtlijnen vallen, moeten door degene die ze in omloop brengt met het CE-teken zijn gemarkeerd, mits het product voldoet aan alle relevante vereisten voor de veiligheid en gezondheidsbescherming. Eventueel kan het nodig zijn om een aangemelde instantie (notified body) erbij te betrekken. Het CE-teken is daardoor de toegangskaart voor deelname aan het vrije goederenverkeer binnen de interne Europese markt.

Frequentie van … voor verschillende veiligheidsgerelateerde maatregelen van de SRP/CS (veiligheidsgerelateerde onderdelen van het besturingssysteem)

Een maat voor de doeltreffendheid van de diagnose die wordt weergegeven als verhouding tussen de uitvalfrequentie van de ontdekte foutfrequenties en de frequentie van totale uitvallen.

De omvang van de diagnose kan ofwel betrekking hebben op het totale systeem ofwel op bepaalde componenten, zoals op sensoren, logische systemen of eindelementen.

MTTF (Mean Time to Failure, gemiddelde duur tot aan uitval) beschrijft de periode tot aan de eerste uitval van een machine.

MTTFd (Mean Time To dangerous Failure) is de verwachting van de gemiddelde periode tot aan de eerste gevaarlijke uitval van een machine.

MTBF (Mean Time Between Failure, gemiddelde bedrijfstijd tussen uitvallen) beschrijft de periode tussen twee uitvallen.

De software is een onderdeel van het totale systeem en wordt door de fabrikant beschikbaar gesteld. Deze kan niet worden aangepast of veranderd door de machineoperator. Deze softwareprogramma's zijn meestal geschreven in FVL (programmeertaal met onbeperkte taalomvang).

Het gaat om de analyse van het inzetvermogen van een bepaalde configuratie van een element. Daardoor wordt gewaarborgd dat de waarschijnlijkheid van het optreden van een gevaarlijke, systematische fout zo gering is dat de veiligheidsfunctie het vereiste prestatieniveau PLr bereikt.

Periode voor het reglementaire gebruik van de veiligheidsgerelateerde componenten van besturingssystemen (SRP/CS, veiligheidsgerelateerde onderdelen van besturingen).

De software behoort tot het totale systeem, wordt door de fabrikant beschikbaar gesteld en kan niet worden aangepast resp. veranderd door de machineoperator. Deze softwareprogramma's zijn meestal geschreven in FVL (programmeertaal met onbeperkte taalomvang).

Het Performance Level (PL) wordt toegepast om de vereiste verlaging van het risico te bereiken voor iedere veiligheidsfunctie.

Status van een object die naar voren komt door het onvermogen om een voorziene functie uit te oefenen. Daarvan uitgesloten zijn fouttoestanden die optreden tijdens de preventieve instandhouding, vanwege geplande maatregelen of ontbrekende bedrijfsmiddelen.

Een fouttoestand treedt vaak op omdat het object de fout zelf veroorzaakt en er geen voorafgaande fout aanwezig was.

Bij het maskeren van fouten gaat het om een volgorde van meerdere niet-herkende fouten in een veiligheidsrelevant systeem, die onafhankelijk, na elkaar zo optreden dat dientengevolge een gevaarlijke toestand voor personen kan ontstaan. Bij de logische serieschakeling van branddeurschakelaars met potentiaalvrije contacten kan het effect van de foutmaskering worden veroorzaakt door het onafhankelijk openen van verschillende branddeuren. Daardoor kunnen gevaarlijke situaties ontstaan, zoals de deactivering van branddeurbeveiligingen.

De mogelijke fouten worden op componentniveau bepaald en hun mogelijke effecten voor de klanten worden met een kengetal beoordeeld. Bij de betrouwbaarheidstechnologie gaat het ook erom om de waarschijnlijkheid van het optreden en het ontdekken te analyseren.

Met FVL wordt een programmeertaal bedoeld die de mogelijkheid aanbiedt om vele functies en toepassingen in te zetten (bijv. C, C++, Assembler).

De waarschijnlijkheid van een gevaarlijke uitval per uur. PFHD betekent probability of danger-bringing failure per hour.

De potentiële bronnen voor gevaarlijke situaties kunnen worden onderverdeeld naar hun oorsprong (bijv. mechanisch of elektrisch gevaar) of naar hun eigenschap (bijv. elektrische schok, toxisch gevaarlijke situatie, brandrisico's).

Gevaren kunnen als volgt worden gedetermineerd: ze treden ofwel permanent op gedurende het gebruik van de machine (bijv. beweging van gevaarlijke componenten, hoge temperaturen) ofwel ze treden onverwacht op (bijv. explosies, uitwerpen van gevaarlijke stoffen of elementen).

Situaties waarin een persoon ten minste is blootgesteld aan één gevaar. Dat betekent dat de effecten ofwel onmiddellijk kunnen optreden of na enige tijd.

Fouten die in staat zijn om de SRP/CS in een gevaarlijke of uitvaltoestand te verplaatsen. Hierbij is het afhankelijk van de bouwvorm van het systeem in hoeverre deze toestand kan worden bereikt. In redundante systemen leiden hardware-uitvallen minder vaak tot complete uitvallen van het systeem.

Low-Demand-applicaties in de veiligheidstechniek zijn gekenmerkt, doordat een veiligheidsaanvraag één keer per jaar of minder vaak verschijnt. De bijbehorende veiligheidskarakteristiek is de PFD-waarde (PFD: Probability of a dangerous failure on demand).

Een veilige snelheidsbewaking van roterende assen kan in combinatie met aanvullende maatregelen zijn vereist, zoals de fijninstelling bij het configuratiebedrijf bij gereedschapsmachines. Bij het overschrijden van een gedefinieerde snelheid wordt omgeschakeld naar een veilige toestand.

Daarmee worden fouten bedoeld die niet kunnen worden herleid naar een gemeenschappelijke oorzaak, maar uitvallen van verschillende units vanwege een enkele gebeurtenis.

Met de term "Geharmoniseerde normen" worden de Europese normen voor producten bedoeld. Deze behoren tot de "New Approach" (nieuw concept) van de Europese Commissie, waarin fundamentele vereisten voor producten door de organisaties CEN en CENELEC worden uitgewerkt. De geharmoniseerde normen worden in het publicatieblad van de EU gepubliceerd. Alleen goederen en diensten die voldoen aan de fundamentele vereisten, mogen in omloop worden gebracht. Deze zijn herkenbaar aan de hand van vergunningen of CE-markeringen.

Aan de hand van het voorbeeld van een machine die volgens de voorgeschreven, geharmoniseerde normen is geproduceerd, kan worden aangenomen dat deze voldoet aan de fundamentele vereisten voor veiligheid en gezondheidsbescherming van de machinerichtlijn.

De afkorting HAZOP betekent Hazard and Operability Study. Dientengevolge wordt daarmee een risicoanalyse bedoeld die bijvoorbeeld bij de functionele veiligheid in de procestechniek wordt toegepast. Het Duitse synoniem voor HAZOP is PAAG (Prognose, Auffinden der Ursache, Abschätzen der Auswirkungen und Gegenmaßnahmen. NL: prognose, opsporen van de oorzaken, inschatten van de effecten en tegenmaatregelen).

Door het definiëren van zogenaamde sleutelwoorden resp. trefwoorden, zoals "over", "more than", enz., kunnen parameters worden vastgelegd om mogelijke modificaties te herkennen, te voorkomen en aanbevelingen te geven.

Als basis dient de P&ID-tekening (piping & instrumentation diagram) om ieder detail van het volledige proces te onderzoeken, die gebodsparameters heeft en welke mate een afwijking hiervan zou kunnen aannemen. Aansluitend worden mogelijke maatregelen ontwikkeld om de afwijking van de parameters te belemmeren of te verminderen. Dit kan betrekking hebben op het volledige systeem of op specifieke componenten.

Een werkwijze waarbij de frequentie van commando's van een veiligheidsgerelateerde component van een besturingssysteem (SRP/CS) groter is dan één per jaar, of de veiligheidsgerelateerde controlefunctie van de machine een veilige toestand als normale bedrijfstoestand waarborgt.

Een werkwijze waarbij de frequentie van de veiligheidsaanvragen van een veiligheidsgerelateerde component van een besturingssysteem (SRP/CS) groter is dan één per jaar, of de veiligheidsgerelateerde controlefunctie van de machine een veilige toestand als normale bedrijfstoestand waarborgt.

De normenreeks IEC 61511 beschrijft, als sectornorm van IEC 61508, de vereisten aan de functionele veiligheid bij installaties in de procesindustrie. Deze bestaat uit drie delen.

Deel van een contactloos werkend beveiligingssysteem (BWS), dat met het machinebesturingssysteem is verbonden en dat naar de UIT-toestand omschakelt, wanneer de sensor tijdens het bedrijf conform de voorschriften in werking treedt.

Lichamelijk letsel of schade voor de gezondheid.

Lichtschermen zijn veiligheidsinrichtingen die bestaan uit verschillende parallelle lichtrelais. Deze treden in werking zodra ten minste één sensor een onderbreking van de lichtrelaisstraal registreert. Er kan alleen een veilige activering worden gewaarborgd zodra het te registreren object groter is dan twee parallel geschakelde lichtrelais.

De programmeertaal LVL biedt de mogelijkheid om voorgedefinieerde en toepassingsspecifieke functies te combineren om veiligheidsrelevante vereisten te implementeren.

Typische voorbeelden voor de LVL treft u aan in de norm IEC 61131–3 en typisch voor een gebruikt systeem is de PLC (programmable logic controller).

Low-Demand-applicaties in de veiligheidstechniek zijn gekenmerkt, doordat een veiligheidsaanvraag één keer per jaar of minder vaak verschijnt. De bijbehorende veiligheidskarakteristiek is de PFD-waarde (PFD: Probability of a dangerous failure on demand).

Een functie van de veiligheidsgerelateerde componenten van de besturingssystemen (SRP/CS), die wordt gebruikt om één of meerdere veiligheidsfuncties handmatig te herstellen, voordat de machine moet worden herstart.

Systemen die reageren op de ingangssignalen van verschillende componenten van de machine-elementen, operators, externe regelapparatuur of andere combinaties die uitgangssignalen genereren.

Het machineregelsysteem werkt in combinatie met elk type technologie of met combinaties uit verschillende technologieën (bijv. elektronische, hydraulische, pneumatische of mechanische technologieën).

Een Europese richtlijn voor de uniformiteit van minimale vereisten ten aanzien van veiligheid en gezondheidsbescherming met als doel het vrije goederenverkeer te waarborgen voor machines en veiligheidscomponenten binnen de Europese interne markt.

Classificatie van de veiligheidsgerelateerde componenten van het besturingssysteem SRP/CS met betrekking tot hun bestendigheid ten aanzien van fouten en hun vervolggedrag bij fouten. De categorie wordt geselecteerd aan de hand van de structurele vormgeving van de componenten, foutherkenning en hun betrouwbaarheid.

Tijdelijk, automatisch opheffen van één of meerdere veiligheidsfuncties door de SRP/CS (veiligheidsgerelateerde componenten van het besturingssysteem).

Een noodstop is belangrijk om in een gevaarlijke situatie actief naar een veilige toestand te gaan en de bescherming van personen te waarborgen. Door het bedienen van de noodstop-bedieningsapparatuur kan schade worden voorkomen of worden verminderd. Wanneer de operator of een derde de NOODSTOP-commandoapparatuur bedient, wordt omgeschakeld naar de veilige toestand (bijv. stoppen van een beweging van een machine die een gevaar veroorzaakt).

Het Performance Level (PL) is een kwalitatieve classificatie van de individuele SRP/CS (veiligheidsgerelateerde componenten van besturingssystemen) met betrekking tot het prestatievermogen van de individuele veiligheidsfuncties in onvoorzienbare situaties.

PROFIsafe is een gecertificeerd profiel voor PROFIBUS en PROFINET. Met SIL 3 resp. categorie 4 volgens EN ISO 13849-1 voldoet PROFIsafe aan de hoogste veiligheidsvereisten voor de proces- en productie-industrie. Zowel de veiligheidsgerichte als de standaard communicatie vinden plaats via dezelfde kabel. Het PROFIsafe-systeem is een uitbreiding van het PROFIBUS- en PROFINET-systeem. Met dit systeem kunnen vrij programmeerbare veiligheidsfuncties worden uitgevoerd en de hiervoor benodigde veilige in- en uitgangsgegevens van en naar veilige I/O-modulen worden overgedragen. De communicatie tussen de veilige besturing en de veilige busdeelnemers vindt plaats via het PROFIsafe-protocol. Dit protocol heeft prioriteit boven het standaard PROFIBUS- resp. PROFINET-protocol en bevat de veilige in- en uitgangsgegevens alsmede databeveiligingsinformatie.

PES zijn systemen voor de controle, bescherming en bewaking van één of meerdere programmeerbare, elektronische apparaten, inclusief alle systeemcomponenten alsmede energievoorziening, sensoren en andere ingangsapparaten, schakelingen en uitgangsapparaten.

Een dwarssluitingsbewaking zorgt ervoor dat in geval van een mechanische beschadiging van een leiding een elektrische dwarssluiting tussen twee of meerdere sensorsignalen niet leidt tot een verlies van de veiligheidsfunctie, doordat naar een veilige toestand wordt omgeschakeld. Hiervoor bestaan verschillende technologische principes, zoals de voeding van de signaalgever via testcycli.

Tijd van de activering van een veiligheidsinrichting (bijv. openen van een branddeur) tot aan het bereiken van de veilige toestand (bijv. stoppen van de beweging die het gevaar veroorzaakt). De reactietijd wordt gebruikt om de vereiste minimale afstand van een beveiligingssysteem ten opzichte van het gevarenpunt te bepalen.

De minimumafstand van het beveiligingssysteem tot het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • vertragingstijd van de sensor
  • bewerkingstijd van het veiligheidsprogramma in de veiligheidsbesturing inclusief de netwerkoverdracht
  • bewerkings- en filtertijden in de in- en uitgangsmodulen
  • vertragings- resp. nalooptijd van de actor

De functionele redundantie heeft betrekking op de veiligheid van systemen om bij de uitval van een kanaal een onafhankelijk tweede uitschakel- of ook inschakelkanaal te gebruiken om een veilige toestand tot stand te brengen. Hier kan zowel gebruik worden gemaakt van component- als systeemredundanties.

De periode tussen het herkennen van een gevaarlijke uitval door een onlinetest of een duidelijke storing van het systeem en het herstel van het bedrijf na een reparatie of een systeem-/componentvervanging.

De reparatiefrequentie omvat niet het tijdsbestek dat nodig is om de fout te herkennen.

Het resterende risico dat na het toepassen van beveiligingsmaatregelen verder blijft bestaan.

RFID staat voor radio frequency identification en betekent dat objecten contactloos en zonder zichtcontact kunnen worden geïdentificeerd. Bij de veiligheidsschakelaar PSRswitch zorgt de RFID-technologie bijvoorbeeld voor de gecodeerde uitwisseling tussen sensor en schakelaar. Om redenen van manipulatiebeveiliging vereist de norm EN ISO 14119 een codering van RFID-beveiligingsschakelaars.

De combinatie van de waarschijnlijkheden van het optreden van een schade en de ernst van deze schade.

Totale proces van risicoanalyse en risicobeoordeling.

Een combinatie van de specificatie van de natuurlijke machinegrenzen, gevarenherkenning en risico-inschatting.

Een afrondende beoordeling of de risicoverminderingsdoelen op basis van de voorafgaande risicoanalyse werden bereikt.

De tijd die verstrijkt bij veiligheidsrelais tussen de aanvraag van een veiligheidsfunctie tot aan het openen van de vrijgavecontacten. Bij veilige tijdrelais kan de afvaltijd via een handmatige instelling worden verlengd om bijv. aandrijvingen gestuurd te kunnen laten stoppen.

De SafetyBridge-technologie staat voor een netwerk- en besturingsonafhankelijke safety-oplossing. Met deze technologie kunnen via standaard automatiseringsnetwerken veiligheidsgerichte signalen worden overgedragen en geëvalueerd. Dit functioneert zonder toepassing van een veiligheidsbesturing. Vanwege de eigenschappen van het toegepaste SafetyBridge-protocol kan de technologie bij verschillende bussystemen worden ingezet. De technologie is gecertificeerd voor de volgende netwerken: INTERBUS, Profibus, PROFINET, Modbus, CANopen, DeviceNet, EtherNet/IP en sercos.

Daarmee wordt een maatregel voor het minimaliseren van een risico bedoeld. Deze maatregelen kunnen door verschillende personengroepen worden toegepast:

door de ontwikkelaar geïmplementeerd: bijzonder design met beveiligingsmaatregelen en informatie over het gebruik.

door de gebruiker geïmplementeerd: organisatie (veilige arbeidsprocessen, bewaking, arbeidsvergunningssystemen), beschikbaar stellen en gebruiken van aanvullende beveiligingsmaatregelen, persoonlijke beschermingsmiddelen en trainingen.

Branddeuren zijn veiligheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld aan een installatie, om mensen te beschermen tegen het betreden van een gevarenzone. Deze branddeuren kunnen zo zijn geconfigureerd dat deze pas kunnen worden geopend, nadat de machine is gestopt (vergrendelingsinrichting), of dat slechts bepaalde personen toegang tot de machine hebben (machtiging via sleutel, enz.).

Toestand van een aandrijving die geen draaimoment kan genereren. Bij de aanvraag van de veiligheidsfunctie wordt deze toestand bereikt door de ontkoppeling van de energieaanvoer.

Er is een onder- en een bovengrens voor de versnelling aanwezig, zodat een veilige bediening is gewaarborgd. Indien de versnellingswaarden worden overschreden, dan wordt omgeschakeld naar de veilige toestand.

Er is een onder- en een bovengrens voor de snelheid aanwezig, zodat een veilige bediening is gewaarborgd. Indien de waarden niet worden bereikt of worden overschreden, dan wordt omgeschakeld naar de veilige toestand.

Bewaking van een veilige positie. Zodra de positie wordt verlaten en er geen andere veiligheidsfuncties actief zijn, wordt omgeschakeld naar de veilige toestand.

Er is een onder- en een bovengrens voor het tempo aanwezig, zodat een veilige bediening is gewaarborgd. Indien de waarden niet worden bereikt of worden overschreden, dan wordt omgeschakeld naar de veilige toestand.

Bewaking van de bewegingsrichting bij een lineaire of roterende beweging. Als er een richting wordt herkend, die volgens de verklaring een gevaarlijke situatie veroorzaakt, en er geen andere veiligheidsfuncties actief zijn, wordt omgeschakeld naar de veilige toestand.

Indien de bovengrenzen voor bepaalde waarden worden overschreden, bijv. de versnelling of de snelheid, dan wordt door de veilig rembesturing gewaarborgd dat de machine wordt vertraagd, totdat deze weer een normale waarde heeft bereikt of uitschakelt.

Er is een onder- en een bovengrens voor de snelheid aanwezig, zodat een veilige bediening is gewaarborgd. Indien de waarden niet worden bereikt of worden overschreden, dan wordt omgeschakeld naar de veilige toestand.

Een veilig koppelrelais maakt het mogelijk dat een signaal veiligheidsgericht wordt overgedragen tussen een programmeerbare elektronische besturing (PES) en een actor. Bij een storing, bijv. een interne relaisfout, wordt omgeschakeld naar de veilige toestand. Typisch wordt door het gebruik van interne redundanties uitgeschakeld.

Indien deze functie van de machine uitvalt, dan stijgt het risico voor gevaren.

Veiligheidsrelais ondersteunen bij de implementatie van veiligheidstechnische maatregelen. Deze maken het mogelijk om veiligheidsfuncties te bedienen, zoals noodstop-systemen, lichtschermen en branddeuren.

De veiligheidsrelais van Phoenix Contact kunnen modulair worden samengesteld. Deze beschikken over geforceerde contacten en TÜV-certificering voor het waarborgen van de maximale veiligheid. Bovendien zijn deze zeer ruimtebesparend, snel en eenvoudig te installeren.

Veiligheidsschakelaars (vergrendelingsinrichting) zijn bestemd voor het bewaken van de positie van branddeuren. Als een branddeur wordt geopend, schakelt de besturingstechnische vergrendeling om naar de veilige toestand.

De veiligheidsschakelaar PSRswitch is een elektronische, gecodeerde veiligheidsschakelaar in compacte bouwvorm. Dankzij de geïntegreerde RFID-transpondertechnologie en intelligentie krijgt u maximale beveiliging tegen manipulatie en maximale veiligheid volgens EN ISO 14119. Met compatibele analyse-units en SAC-bekabeling bieden wij u een economische totaaloplossing voor een flexibele branddeur- en positiebewaking voor uw digitale fabriek.

Een veiligheidsmoduul in een machinebesturing waarborgt dat veiligheidsrelevante sensoren en actoren worden bewaakt conform het vereiste PL of SIL. Een veiligheidsmoduul kan zowel zijn ontwikkeld als eenvoudig veiligheidsrelais voor het bewaken van individuele functies, maar ook het bewaken van meer complexe taken overnemen.

SRP/CS zijn de veiligheidsgerelateerde onderdelen van het besturingssysteem (= Safety-Related Parts of Control Systems). Deze vormen een onderdeel van een besturingssysteem dat op veiligheidsgerichte ingangssignalen reageert en veiligheidsgerichte uitgangssignalen genereert.

De gecombineerde veiligheidsrelevante onderdelen van een besturingssysteem beginnen op het punt, waarop de veiligheidsrelevante ingangssignalen in werking worden gesteld (incl. bijv. de bedieningsnokjes en de rol van de positieschakelaar), eindigen aan de uitgang van de vermogensbesturingselementen (incl. bijv. het hoofdcontact van een schakelmoduul).

Wanneer bewakingssystemen voor de diagnose worden gebruikt, gelden deze ook als SRP/CS.

Het Safety Integrity Level bestaat uit vier aparte niveaus voor het bepalen van de veiligheidsintegriteitsvereisten van de veiligheidsfuncties, die aan de veiligheidsgerelateerde E/E/PE-systemen dienen te worden toegewezen. Het veiligheidsintegriteitsniveau 4 is het hoogste niveau van de veiligheidsintegriteit en niveau 1 is het laagste. De SIL-classificatie heeft betrekking op een volledige veiligheidsfunctie.

De SIL-grens beschrijft de maximale SIL-capaciteit van een deelsysteem binnen een veiligheidsfunctie.

Een functie die voorkomt dat een aandrijving met meer dan een vastgelegd aandeel van de stoppositie afwijkt.

Bij de concrete implementatie van een veiligheidstoepassing moet aan alle normatieve vereisten worden voldaan. De keuze van het geschikte veiligheidsconcept en de bijbehorende systeemarchitectuur van de besturings- en evaluatielogica is complex. Met de juiste technologie kan de veiligheidsgerichte toepassing eenvoudig, economisch en conform de norm worden gerealiseerd.

De storing dient naar een bepaalde oorzaak te worden herleid en kan alleen worden verholpen door een verandering van de constructie, het productieproces, de bedrijfsprocessen, de documentatie of andere relevante factoren.  Bij een correct onderhoud zonder verandering van de fouttoestand wordt de oorzaak van de fout doorgaans niet verholpen. Een systematische uitval kan worden opgewekt door simulatie van de fout.

Enkele voorbeelden van oorzaken van systematische uitvallen door beïnvloeding door de mens zijn:

  • specificatie van veiligheidsvereisten
  • design, fabricage, installatie, bedrijf van de hardware
  • design en implementatie van de software

Testinterval tussen functietests van de beveiligingsfunctie (EN Proof Test).

De frequentie van de automatische tests voor het herkennen van fouten in een SRP/CS. Deze resulteert uit de waarde van het diagnosetestinterval.

Daarmee wordt een veiligheidsfunctie bedoeld die wordt ingezet, zodra een component of element niet meer in staat is om zijn functie conform de voorschriften uit te voeren. Of de omstandigheden zijn veranderd, zodat de risico's toenemen.

In navolging van EN ISO 12100 zijn vergrendelingsinrichtingen mechanische, elektrische of overige veiligheidsinrichtingen, die in combinatie met beweegbaar scheidende beveiligingssystemen de gevaren vermijden bij de toegang tot gevarenzones. In het algemeen kunnen bepaalde machinefuncties niet worden uitgevoerd, wanneer de branddeur niet is gesloten.

Met de term "failure" wordt geduid op de uitval van een object, dat vervolgens niet meer in staat is om een vereiste functie uit te voeren. "Fault" betekent de storing die optreedt en dientengevolge een uitval.

Dit geldt niet voor voorwerpen die alleen bestaan uit software. Nadat een fout is opgetreden, wordt het artikel aangeduid als "Bevat fouten". Fouten die alleen een impact hebben op de beschikbaarheid van het gecontroleerde proces, liggen buiten de reikwijdte van ISO 13849-1.

Gebruik van een machine op een manier die de constructeur niet voor ogen had, dat echter kan resulteren uit gemakkelijk voorzienbaar gedrag van de mens.

Met een vergrendelingsinrichting wordt een blokkerings- of sluitmechanisme bedoeld als onderdeel van een vergrendelinrichting, waarbij de toegang tot de gevarenzone door de vergrendeling van de branddeur zo lang wordt voorkomen, totdat de veilige toestand is bereikt (bijv. stilstand van de bewegingen die gevaar opleveren).

Bij een gedwongen geleiding zijn een maak- en een verbreekcontact van een elementair relais mechanisch met elkaar verbonden. Zo wordt voorkomen dat het maakcontact en het verbreekcontact tegelijkertijd zijn gesloten. In combinatie met een geschikte schakeling wordt een achterwege blijven van een verbreking betrouwbaar herkend. Dit is de betrouwbaarste manier om maximale veiligheid voor mens en machine te garanderen.

PHOENIX CONTACT B.V.

Hengelder 56
6902 PA Zevenaar
Postbus 246
6900 AE Zevenaar
(0316) 59 17 20

Hi! Mijn naam is Phil, de chatbot van Phoenix Contact.

Ik maak u graag wegwijs op de E-Plaza. Waar kan ik u mee helpen? Klik rechts onderaan deze pagina om een chatgesprek met mij te starten.

Deze website maakt gebruik van cookies. Als u onze site blijft gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Lees onze privacy policy voor meer informatie.

Sluiten