Diagnosemechanismen

Het diagnoseconcept van PROFINET is in eerste instantie gebaseerd op de geïntegreerde diagnosefuncties in het PROFINET-protocol. Daarnaast maakt de geschiktheid voor TCP/IP-communicatie het voor de apparaten mogelijk om ook SNMP (Simple Network Management Protocol) of webservertechnologieën te gebruiken voor de diagnose.

PROFINET-diagnose

PROFINET-diagnose  

Diagnosemechanismen in PROFINET

In het kader van de PROFINET-diagnose melden de apparaten een fout via de cyclische I/O-overdracht. Parallel wordt via de acyclische communicatie een alarm gegenereerd en aan de besturing gemeld.

De alarmmeldingen kunnen in twee groepen worden ingedeeld:

  • Storingen worden als diagnosealarm met de bijbehorende parameters overgedragen. De parameters kunnen PROFINET-specifieke foutcodes, apparaatspecifieke foutcodes of apparaatspecifieke foutarrays bevatten.
  • Gegevens over slijtage of vergelijkbare informatie voor voorijlende diagnose kunnen door middel van twee prioriteitsniveaus voor onderhoudswaarschuwingen worden gemeld.

De bijbehorende tekstuele informatie over de foutoorzaak van een foutcode staat in het apparaatspecifieke GSD-bestand. Zo kunnen de diagnosetools alle foutmeldingen gebruikersvriendelijk als tekst weergeven. Hoe nauwkeuriger de foutmelding die door het apparaat wordt verstrekt, hoe nauwkeuriger de diagnose in de besturing of het engineeringssysteem kan worden aangegeven.

Topologieherkenning

Topologieherkenning met PROFINET  

Ook uitgestrekte netwerken duidelijk weergeven

Om de diagnosemeldingen in een flexibel bekabeld netwerk plaatsnauwkeurig weer te geven, maakt PROFINET gebruik van het in de IEEE gestandaardiseerde protocol LLDP (Link Layer Discovery Protocol). Tijdens de verbindingsopbouw wisselen de apparaten hun naam en poortnummer via LLDP met de naburige componenten uit.

De apparaatnaam moet uniek zijn, omdat de gegevensuitwisseling met een apparaat via de apparaatnaam wordt geadresseerd. De in de apparaten aangehouden informatie van naburige componenten kan via het SNMP of PROFINET-protocol worden uitgelezen.

Als alle deelnemers in het netwerk het protocol LLDP ondersteunen, kan in de diagnosetool een exacte topologieafbeelding worden weergegeven. Zo kan de foutmelding direct bij het apparaat of de poort worden weergegeven.

SNMP- en webgebaseerde diagnose

SNMP- en webgebaseerde diagnose  

Diagnose via webserver of SNMP-manager

Naast de PROFINET-typische mechanismen biedt dit veldbussysteem nog andere nuttige functies: het Simple Network Management Protocol (SNMP) is een wereldwijd veel toegepaste Ethernet-standaard voor het netwerkmanagement.

Op de PROFINET-apparaten is een SNMP-agent actief die foutmeldingen als SNMP-traps naar de SNMP-manager of een trap-receiver kan sturen. De trap-receiver geeft de meldingen weer of vraagt aan de hand van SNMP extra informatie van het apparaat op.

Een andere mogelijkheid voor diagnose biedt een webserver, die tegenwoordig in veel apparaten is geïntegreerd. Daarmee kunnen direct via HTTP diagnosepagina's met een algemeen gangbare browser op een PC-platform op de apparaten worden opgeroepen. Zodoende kan elke fabrikant zijn eigen diagnose-informatie zo goed mogelijk weergeven, zonder een diagnosetool op het PC-platform te hoeven installeren.

PHOENIX CONTACT B.V.

Hengelder 56
6902 PA Zevenaar
Postbus 246
6900 AE Zevenaar
(0316) 59 17 20

Deze website maakt gebruik van cookies. Als u onze site blijft gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Lees onze privacy policy voor meer informatie.

Sluiten