Laadmodi

Kom hier meer te weten over de manieren waarop de accu van een elektrisch voertuig kan worden geladen. Waarin zitten de verschillen tussen het laden met wisselstroom (AC) en met gelijkstroom (DC)?

In de normen IEC 61851 en IEC 62196 worden de laadprocessen gedetailleerd omschreven. De norm IEC 61851 is daarbij onderverdeeld in vier laadmodi. Daarbij gelden de laadmodi 1 t/m 3 voor het AC-laden, waarbij laadmodus 3 verder wordt onderverdeeld in de drie laadsituaties A, B en C. Laadmodus 4 beschrijft het DC-laden.

AC-laden

Bij het wisselstroom-laden bevindt de AC/DC-converter zich in het voertuig. Deze zet de wisselstroom om in gelijkstroom, die nodig is voor het laden van de accu.

DC-laden

Laden met gelijkstroom biedt de mogelijkheid om binnen een korte tijd een hoog vermogen over te dragen. In vergelijking met het AC-laden bevindt de AC/DC-converter zich stationair in de laadpaal. Bovendien hebben de contacten en kabeldoorsneden grotere afmetingen, waardoor tot 250 kW-laadvermogen kan worden overgedragen. In het algemeen wordt DC-laden daarom ook wel snelladen genoemd. In combinatie met een geïntegreerd koelsysteem kan zelfs tot 400 kW worden bereikt. Dit wordt ultra-snelladen genoemd of High Power Charging, kortweg HPC.

Voor het DC-laden wordt door de toonaangevende automobielfabrikanten het Combined Charging System, afgekort CCS – aangeraden. De SAE J1772-standaard regelt het CCS-laden volgens type 1 voor Noord-Amerika, terwijl IEC 62196-3 de toepasselijke norm is voor het CCS-laden volgens type 2 in Europa. Een overeenkomstige CCS-standaard voor de Chinese markt is nog niet vastgesteld - de GB/T 20234.3 standaard is van toepassing op het DC-laden daar.

PHOENIX CONTACT nv/sa

Minervastraat 10-12
1930 Zaventem-Keiberg II
+32 (0)2/723 98 11

Service

Deze website maakt gebruik van cookies. Als u onze site blijft gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Lees onze privacy policy voor meer informatie.

Sluiten